Steun ons en help Nederland vooruit

dinsdag 15 oktober 2019

Parlementaire reis – Perspectieven op Libië

De zomer liep op zijn einde toen een D66-delegatie Eerste- en Tweede Kamerleden en beleidsmedewerkers naar Tunis afreisde voor een fact-finding mission georganiseerd door D66 Internationaal. Hoewel Tunesië – als enige democratie in Noord-Afrika – een meer dan gerechtvaardigd middelpunt van een missie zou zijn geweest, was dat het niet het geval. Meer te weten komen over Libië – een land geteisterd door interne conflicten – dat was het doel van deze reis. De focus lag daarbij op de thematiek waarmee Kamerleden Salima Belhaj, Monica den Boer en Petra Stienen binnen hun eigen portofolio’s mee van doen hebben: asiel- en migratie, politieke en veiligheidsontwikkelingen en de rol van Nederland en de Europese Unie.

Diegenen die zo nu en dan een krant openslaan weten waarschijnlijk duidelijk dat de al instabiele situatie in Libië, enkele maanden geleden nog onveiliger is geworden. Khalifa Haftar, supreme commander van de Libyan National Army (LNA) viel toen vrij onverwachts de door de internationale gemeenschap erkende Government of National Accord (GNA) aan. Hoewel er door de LNA zeker land is buitgemaakt, is hun opmars langzaam maar zeker op tal van barrières gestuit. Daardoor ligt er nu na vele gevechten een zeer fragiele balance of powers, waar niemand écht tevreden mee is.

Bovenstaande omschrijving van de situatie in Libië geeft het idee dat de problemen wellicht ‘te overzien’ zijn: twee vechtende partijen en een lijdende bevolking, vermengd met vluchtelingenproblematiek. Niets is echter minder waar. Libië is een land van stammen en etnische groepen die elkaar niet zelden naar het leven staan, die strijden om geld en macht, en voor wie loyaliteit vaak te koop is. Libië is een land waarbinnen zeer veel landen belangen hebben en – een VN-wapenembargo ten spijt – verschillende milities voorzien van fondsen en wapens. Daarbij zijn ook typische 21e -eeuwse problemen het land binnengeslopen: 80% van alle berichtgeving in Libië kan worden bestempeld als fake newspropaganda van één van de vele milities, of buitenlandse actoren.

Dat je dus vooral niet moet hopen de situatie in Libië volledig te kunnen doorgronden, was een boodschap die de delegatie keer op keer te horen kreeg. ‘Als je het nét denkt te begrijpen, verandert alles weer’. Frustratie was er daarom ook. Op media, bijvoorbeeld, vanwege eenzijdige berichtgeving. Maar ook op Europese politiek, vanwege de doorgeslagen focus op migratie en vluchtelingenproblematiek in Libië. Door het terugbrengen van de immens complexe Libische situatie tot de migratie-dimensie alleen, lijkt niemand geholpen. Libië niet, maar ook zeker de Europese Unie niet. Het gros van de Europese financiële ondersteuning gaat nu naar het onder controle houden van migratieproblematiek. Dit terwijl het vrijwel zeker lijkt dat een meer holistische aanpak, waarbij Europees financieel en menselijk kapitaal meer gelijk verdeeld ingezet wordt voor conflictpreventie, wederopbouw en het ondersteunen van het maatschappelijk middenveld, op de lange termijn veel meer effect zal sorteren. Dat voor elkaar te krijgen, lijkt een politieke verantwoordelijkheid voor alle Europese politieke partijen die belang hechten aan verantwoord Europees buitenlandbeleid.

Binnen het programma was er naast ‘praten over’ ook veel tijd ingeruimd voor ‘praten met’. Met dank aan ngo’s Cordaid en Human Security Collective, werd een ontmoeting opgezet met vertegenwoordigers van acht Libische ngo’s – kleine tot middelgrote organisaties. Hun verhalen en ervaringen gaven, zo aan het einde van het programma, een menselijk gezicht aan alle problematiek in Libië. Enkele mensen waren recentelijk beschoten, van anderen was hun dorp meermaals volledig overstroomd waardoor basisvoorzieningen als schoon water en voldoende voedsel ontbraken. Nog weer anderen gaven aan hoé lastig het was om in conservatieve en gesloten gemeenschappen burgerlijke vrijheden, maatschappelijk activisme en een open dialoog te bepleiten – zeker als vrouw. Ondanks dit alles gloorde er ook hoop in de activiteiten van deze organisaties. Hoe lastig hun situaties ook zijn – hoe groot ook de verleiding om in alle ellende enkel van dag-tot-dag te leven – tóch hebben ze hun stip op de horizon duidelijk voor ogen en werken ze daar met kleine stappen elke dag naar toe.

Wellicht dat deze Libische ngo’s als voorbeeld kunnen dienen. Duidelijk maken dat Libië niet gebaat is bij hapklare oplossingen, zwart-witte probleemanalyses en kortzichtige ingrepen, maar enkel vooruit komt met oprechte interesse in Libië en haar mensen, met het opzoeken van de dialoog en met een holistische langetermijnvisie. De meegereisde Kamerleden hebben dankzij deze reis nieuwe inzichten gekregen die hen zullen helpen op een inclusievere manier naar de situatie in Libië en de dromen van Libische jongeren, vrouwen, activisten en ondernemers te kijken.